
|
| |
| Maandag 11 Mei, Amersfoort-Kessel
(162 km) De
weersvooruitzichten zijn gunstig voor mijn eerste
kampeertrektocht in de bergen met mijn nieuwe
ligfiets, een Challenge Wizard. Het is zeer warm
met tropische temperaturen (32 C), ongewoon voor
begin mei. Plan voor komende dagen is de route 'onbegrensd
fietsen van Amsterdam naar Rome' van Paul
Benjaminse te volgen tot de Vogezen, en van
daaruit verder te trekken.
Bepakt en (lui onderuit)gezakt fiets ik
Amersfoort uit, langs de flanken van de Utrechtse
Heuvelrug naar het pontje bij Wageningen.
Vervolgens door de Betuwe en over de Waaldijk
naar Nijmegen. Na wat omzwervingen door de stad
pak ik bij de bossen rond Heilig Land Stichting
de niet altijd consequent bewegwijzerde Maasroute
(LF 3,
Arnhem-Maastricht) op. In de boswachterij van
Groesbeek is het met die tropsiche temperaturen
heerlijk fietsen. De eerste klimmetjes dienen
zich aan in de omgeving rond de Mookerheide, die
met zijn holle wegen en glooiende akkers al aan
Zuid-Limburg doet denken. Na een steile afdaling
bij Plasmolen ben ik ook in die Provincie beland
en volg afwisselend de linker- en de rechteroever
van de Maas. Na Baarlo is het tijd om een camping
op te zoeken. Krek, dat is 't: in Kessel vind ik
uiteindelijk een rustige SVR camping.
|
|
Dinsdag
12 Mei, Kessel-Hoge Venen (B) 146 km Opnieuw
een snikhete dag. Na afgerekend te hebben (slechts
f 6,50, geen geld voor zo'n uitstekende camping)
en koffie met Limburgse vlaai bij de plaatselijke
bakkerij vervolg ik verder de LF 3 naar het
zuiden. Ter hoogte van Maasbracht verlaat ik de
route echter om wat af te steken door het
binnenland. Via Montfort fiets ik een stukje door
Duitsland om de drukte rond Geleen/Sittard te
vermijden. In Hillensberg begint de heuvelzone en
wordt het pas echt steil. Ik moet fors op de
pedalen staan om boven te geraken. Helaas, dat
kan niet op een ligfiets, waardoor ik al gauw
terug naar mijn kleinste bergverzet moet
schakelen om hangend en wurgend boven te komen,
de eerste echte vuurdoop heb ik doorstaan. Mijn
plan om via de Keutenberg en de Cauberg en nog
meer van zulke bulten naar Gulpen te fietsen laat
ik dus snel varen en kies ik door het Geuldal
voor de weg met de minste weerstand richting Epen.
Na Epen fiets ik België binnen en dienen zich
nog meer kuitenbijters van formaat aan. Vooral in
het Ooskanton, de streek rond Plombieres,
Moresnet en Raeren gaat de weg op en af. De
hellinkjes zijn gelukkig te kort om in echte
problemen te komen, maar lang en afmattend genoeg.
Na Raeren verandert dat gelukkkig, de weg klimt
nu langzaam maar gestaag de bossen van het
Raerenerwald in, naar het dak van België. De
autovrije asfaltwegen rond het stuwmeer van Eupen
zijn een geliefd domein voor fietsers. Ik volg nu
de route van Benjaminse, de enigste Noord-Zuid
verbinding door de Hoge Venen zonder autoverkeer.
Het loopt al tegen de avond als ik op zoek ga
naar een geschikte kampeerplek. Ergens moet een
doorwaadbare plaats worden overgestoken, waar de
route verder omhoog klimt. De hoofdweg is
inmiddels veranderd in een grindpad, waar ik met
de Wizard ondanks het kleine 20" voorwiel
nog eenvoudig verder kan fietsen. Aangekomen bij
een groeve loopt een bergpaadje aan de andere
kant van de beek. Dat kan nooit de fietsroute
zijn, ik ben vast ergens verkeerd gereden! Het
begeleidend boekje geeft gelukkig enig
uitsluitsel, de doorwaadbare plaats ligt nog
enkele tientallen meters verder. Inmiddels klimt
het pad nog hoger tot ongeveer 640 m en vind ik
een geschikte, zij het niet verdekte kampeerplek
in het bos naast een blokhutje. De muggen zijn
echter talrijk en stellen mijn aanwezigheid
bijzonder op prijs. Razendsnel zet ik de
binnentent op, de buitentent laat ik zitten, heb
ik niet nodig bij deze temperaturen. Ik kook wat
macaroniprut in de mugvrije blokhut, die gelukkig
niet op slot zit.
|
De LF 3 voert over
onverharde grindpaden door het dal van de Maas |
Woensdag 13
mei, Hoge Venen-Wilwerwiltz (Lux.) 101 km
Vroeg op om eventuele boswachters en muggen vóór
te blijven. Deels gelukt. Bij zonsopkomst slapen
de boswachters nog maar de muggen helaas niet.
Wild om me heen slaand met een handdoek breek ik
de tent af en pak mijn spullen in. Zodra ik op de
fiets lig heb ik van de muggen geen last meer.
Een paar kilometer verder kom ik op het hoogste
punt van de route langs een open plek met
schitterend uitzicht over de hoge venen. Dit zou
eigenlijk een nog idealere plek om te kamperen
zijn: mugvrij met schitterend uitzicht. Even
verderop daal ik af en rijd de bewoonde wereld
weer binnen. Vervolgens volgt de route het dal
van het riviertje de Our, een prachtige route die
vnl. omlaag voert richting het 3 landenpunt (Belgie,
Luxemburg en Duitsland) te Ouren. Hier hebben we
vroeger veel gewandeld tijdens onze vakanties en
er is na meer dan 20 jaar weinig veranderd. De
doorwaadbare plaats in de Our waar we vroeger
zwommen is nu een officiele picknick plek
geworden en de met gele stippen gemarkeerde
wandelroutes zijn er nog steeds. Ik verlaat route
Benjaminse om een kijkje te nemen bij ons oude
vakantieverblijf in Lieler. De korte maar
venijnige klim van gemiddeld meer dan 10% valt
vies tegen, ik word nog bijna ingehaald door
wandelaars! In Lieler blijkt het huis snel
gevonden en blijkt nog altijd in bezit van
dezelfde familie. Mevrouw Lenz herinnert zich ons
nog van vroeger en ik word uitgenodigd voor een
heerlijke zelfgebakken rijstenvlaai en wat
frisdrank, hetgeen ik na die vermoeiende klim in
die hitte (het is weer boven de dertig graden)
niet afsla. Na het uitwisselen van wederzijdse
ervaringen fiets ik weer verder richting Clervaux
via het prachtige dal van de Woltz. Ook hier is
niet veel veranderd. Ik vervolg het dal van de
Clerve en vind een camping in Wilwerwiltz.
Donderdag 14 Mei, Wilwerwiltz-Sierck-les-Bains
(F) 118 km
Door een prachtig bebost dalletje klim ik
richting Hosingen en daal vervolgens steil af
naar het dal van de Our, waar ik route Benjaminse
weer oppik. Na het toeristische Vianden met zijn
fraaie kasteel verlaat ik de Our weer en klim via
het Mullertal langs grillige rotsformaties omhoog.
Veel van al het fraais is verscholen achter het
bladerdek en zou je eigenlijk het best te voet
moeten verkennen. Ik fiets echter door en na een
kort stukje plateau daal ik weer af naar de
Moezel om langs een fietspad aan de Duitse zijde
via het Luxemburgse Schengen Frankrijk binnen te
rijden. Voor een zacht prijsje van 20 FF kampeer
ik aan de oevers van de Moezel.
Vrijdag 15 Mei, Sierck les Bains-Mittersheim,
127 km
Een blik op de kaart en het routeboekje leert
me dat Benjaminse kiest voor een route door het
platteland van Lotharingen over zeer smalle
kleine deels onverharde boerenpaden waar de
mestgeur je tegemoet komt. Aangezien de ligfiets
veel aandacht trekt en zeker als een magneet
werkt voor met name honden (overigens tot nog toe
geen enkele keer last van gehad) kies ik voor een
andere route over de wat bredere D-wegen. Die
blijken in dit verlaten deel van Frankrijk
nagenoeg autovrij. En de auto's die me inhalen,
rijden met een grote wijde boog om me heen,
onbekend met het fenomeen ligfiets. Het fietsen
in de heuvels in Lotharingen is minder zwaar dan
in de Ardennen, de klimmetjes zijn dermate kort
dat ik door de snelheid die ik tijdens het
afdalen heb nog genoeg vaart kan maken om zo'n
klim in één keer te nemen. Dat je met een
ligfiets sneller kunt afdalen is dan een groot
voordeel. Hier maak ik dankbaar gebruik van als
een wielrenner me tijdens een klimmetje inhaalt.
Ik merk dat hij niet meer okselfris is als hij me
voorbij rijdt en in de afdaling zoef ik er weer
voorbij. De wielrenner probeert me in de volgende
klim weer terug te pakken, maar dan ben ik
inmiddels weer boven. In mijn spiegel zie ik tot
mijn genoegen dat ie steeds verder achterop raakt.
Gesloopt door de vele klimmetjes, de hitte en
harde oostenwind ben ik blij als ik bij
Mittersheim op een camping kan neerstrijken.
|
Onverharde
fietsroute door het hart van de Hautes Fagnes |
| Zaterdag 16 Mei, Mittersheim-St. Dié, 105
km De
aanloop naar de eerste serieuze Vogezencol
verloopt vlak, langs het kanaal des Houllieres
fiets ik een tiental kilometers over het jaagpad.
Door dichte naaldbossen klimt de weg vervolgens
geleidelijk omhoog. Even voor de col plan ik een
luchstop, om de laaste gevressde kilometers fris
af te leggen. De col blijkt echter niet veel
verder te stijgen, dus zonder veel inspanningen
bereik ik de 800 m. hoge top. De weg daalt
vervolgens af naar de Col du Donon (727 m), waar
ik geen bordje kan ontdekken. Op de col verlaat
ik route van Benjaminse (althans tijdelijk) en
klim nog wat hoger via een fraaie route
Forestiere over de col de Prayé en daal af door
het Val de Senones. Over wat drukkere N wegen
bereik ik St.Die, een gezellig drukke stad met
camping aan de Meurthe. Het gemiddelde was
ondanks de Vogezen cols niet onaardig, 18 km/u.
|
Uitzicht op
Col du Donon |
| Zondag 17 mei, St. Dié-Rouffach,
101 km De
tweede bergetappe staat op het programma, een rit
over de Route des
Cretes. Via kleine D-weggetjes kan
ik de drukke N 415 deels omzeilen en volg ik het
dal van de Meurthe. even voor Fraize verlaat ik
de grote weg en door een lieflijke Alpenweiden
klim ik zeer geleidelijk omhoog. De Meurthe baant
zich een weg door het Vogezen massief door de
Defile de Straiture, een nauwe kloof. Daarna
wordt het iets lastiger tot de col de Surceneux (810m)
maar het blijft goed te doen. Vervolgens daalt de
weg weer iets af om voor le Valtin weer te gaan
stijgen. Zonder beschutting van het bos wordt het
wat lastiger klimmen met de nog steeds aanwezige
hitte. Het verkeer (vooral motoren) wordt
aanmerkelijk drukker naarmate ik de Col de la
Schlucht (1139 m) nader. Eenmaal boven bevind ik
me op de Route des Crêtes, een fraaie
panormaroute over de toppen van de Vogezen. Het
is fris en winderig en voor het eerst gaat het
fietsjack aan. De fraaie kamweg gaat op en af
voert langs indrukwekkende vergezichten. Ik fiets
ongeveer gelijk op met een andere fietser met
bepakking, die niet al te traag is maar
desondanks me in de beklimmingen niet bij kan
houden. Een teken dat het wel goed zit met de
gevreesde matige klimcapaciteiten van de ligfiets.
Op het kruispunt
van Le Markstein, het tot dan toe hoogtepunt van
de reis (1200 m) besluit ik dat het wel genoeg is
voor vandaag en laat ik de beruchte Grand Ballon
(1424 m) links liggen. Na een spoedige afdaling
bereik ik Guebwiller, nog dubbend wat te doen na
de Vogezen. Ik kan de route Benjaminse weer
oppikken en rechtsaf naar Basel gaan, om
vervolgens de echte Alpencols te proberen. Ik kan
ook terugfietsen richting Nederland en linksaf de
Elzas intrekken. Ik besluit de beslissing nog
even uit te stellen en op zoek te gaan naar een
camping, die ik aantref in het Elzasser
wijnstadje Rouffach. Helaas, de poort zit dicht
en de camping blijkt pas de volgende dag open te
gaan. Ik vraag de beheerster die toevalllig thuis
is of ik niet mijn tent op het lege terrein mag
opslaan, want de dichtsbijzijnde camping ligt in
Osenbach wat 13% klimmen de bergen in ligt en
daar kwam ik zonet vandaan! Ze gaat akkoord en ik
mag van zelfs van alle voorzieningen gebruik
maken. Perfect, ik heb de hele camping voor mij
alleen!
|
Panorama vanaf Route
des Cretes
|
| Ribeauvillé |
| Maandag 18 mei Rouffach-Strasbourg, 126 km
Na een uitgebreide studie van
de meegenomen kaarten ben ik eruit. Zwitserland
is aanlokkelijk dichtbij (Basel op ca. 40 km
fietsafstand) maar dat betekent nog lang niet dat
ik in de Zwitserse Alpencols ben! Ik zal dan
eerst het heuvelachtige voorland moeten
doorkruizen en de routebeschrijving van Basel
naar Rome heb ik helaas thuis laten liggen. Een
mooie gelegenheid om dat een andere keer maar te
doen. In plaats van me in te spannen in de
Zwitserse Alpencols hang ik de fietstoerist uit
en trek ik door het vlakke Rijndal naar het
noorden. Ik pik de route Benjaminse weer op en
volg die in omgekeerde richting over de Route des
Vins, langs vele schilderachtige wijnbouwstadjes
van de Elzas. Als eerste stad bezoek ik Colmar,
een plaats van flinke omvang met een prachtig
centrum. Bij de plaatselijke bibliotheek
informeer ik of ze internet hebben (Non, pas
encore). Probeer maar bij het gemeentehuis, maar
ook hier vang ik bot. Ik stap weer op de fiets en
fiets vervolgens door de wijngaarden en prachtige
stadjes als Ribauville, Dambach, Andlau en nog
een aantal meer. Onderweg vragen passerende
Franse wielrenners me het Eurobike-hemd van het
lijf over mijn ligfiets. Gelukkig spreekt men
hier ook Duits zodat ik meer helderheid kan
verschaffen over het gemak van dit onbekende
fenomeen. Na Molsheim verlaat ik de wijnroute en
volg een fietspad langs het riviertje de Bruche.
Het prachtige pad dat drukbevolkt is met fietsers
en rolschaatsers leidt tot in hartje Straatsburg.
Bij de jeugdherberg tref ik een drukke camping
aan.
|
Straatsburg
|
| Dinsdag 19 mei Strasbourg-Wingen sur
Moder, 105 km 's Ochtends bezoek ik
al ligfietsend de fraaie binnenstad met z'n vele
vakwerkhuizen. Ook hier probeer ik in de
bibliotheek te internetten, wat geen succes
oplevert. Dan maar weer verder. Straatsburg
beschikt over een uitstekend net fietsroutes en
zonder problemen vind ik de uitvalroute langs het
Canal de la Marne au Rhin de stad. Ik volg het
prachtige fietspad, dat op zijn fraaist is na
Saverne, waar het dwars door het Vogezenmassief
loopt. In Lutzelbourg verlaat ik het kanaal en
klim naar Phalsbourg om vervolgens via fraaie
stille bosweggetjes en een meer dan pittige klim
het vestingstadje La Petite Pierre te bereiken.
De camping aldaar ligt net aan de verkeerde kant
van de berg (waar ik vandaan kwam). Geen nood,
een tiental kilometers verder vind ik een andere
in Wingen sur Moder. Deze kleine knusse camping
is slechts bevolkt met een aantal bejaarde
echtparen met sleurhut, allen Nederlanders.
Woensdag 20 mei Wingen-Bostalsee (D), 123
km
Reeds om zeven uur word ik gewekt door de
beheerdster die geld komt innen voor de camping.
Het schijnt die nacht te hebben gevroren, maar
veel heb ik er niet van gemerkt. Het wordt
werderom een warme dag met temperaturen rond de
25. Na 40 km verlaat ik Frankrijk en in Duitsland
valt direct het drukke autoverkeer op. De wegen
volgen nu niet de loop van een riviertje door het
dal maar lopen gewoon over de hellingen heen. Het
'witte' schilderachtige weggetje op de
Michelinkaart door het dal van de Blies blijkt
een drukke verkeersader en klimt telkens het ene
dorp uit, om vervolgens weer naar het andere dorp
af te dalen. Af en toe duikt er een bordje met
'Saarland fietsroute' op, en zodra ik die probeer
te volgen beland ik in een oase van rust. De
routebordjes verdwijnen echter net zo snel als ze
opduiken en sturen me letterlijk en figuurlijk
het bos in. Uiteindelijk bevind ik me in de
drukke stad Neunkirchen waar ik door de vele
Umleitungen via gruwelijk steile straten opnieuw
een flink eind om moet fietsen. Uiteindelijk lukt
het me de stad uit te geraken en via St.Wendel
strijk ik neer op een drukke camping aan de
Bostalsee. Helaas, helemaal vol. Ik verzoek of ze
geen uitzondering voor fietsers kunnen maken.
"OK, er is nog slechts één plekje vrij,
maar de grond is er wel slecht hoor" zo
voegden ze mij gastvrij toe. Murw geslagen door
het heuvelachtige parcours en het drukke
autoverkeer maakt me dat geen bal meer uit, dus
ik betaal de 10 DM gelaten. De kampeerplek valt
gelukkig reuze mee en bovendien blijkt er nog een
zeeën van ruimte te zijn.
Donderdag 21 mei Bostalsee-Ediger, 141 km
De volgende ochtend heb ik enorme spijt dat ik
niet gewoon wild heb gekampeerd, want de gehele
nacht hielden brullende en lallende Duitsers (die
hun vette Mercedessen asociaal voor de ingang van
het tentenveldje hadden geparkeerd zodat niemand
ermeer door kon) me uit mijn slaap. Als ik
vertrek zijn hun auto's helaas al elders
geparkeerd anders had ik de Wizard er per ongeluk
een flinke kras op laten maken. Mijn vooroordelen
jegens het Duitse volk worden wat getemperd omdat
het Hemelvaartsdag is. De wegen zijn nu praktisch
verlaten en over fraaie rustige wegen fiets ik de
Hunsrueck in. Zelfs de Hunsrueckhohenstrasse, een
rode weg op de kaart, is ook nagenoeg
verkeersvrij, wat niet kan worden gezegd van de
druk bereden wegen langs de oevers van de Moezel.
Gelukkig zijn het echter geen automobilisten maar
fietsers en op een vrije dag als deze zijn er
veel fietsrecreanten
die bepakt en gezakt de uitstekend bewegwijzerde
"Mosel Radweg" volgen. Ik trek heel wat
bekijks met mijn ligger en kom zelfs nog een 3
tal andere ligfietsers tegen! Het weer is nu
omgeslagen en af en toe valt er een klein
verfrissend buitje. In Ediger vind ik een
drukbevolkte camping langs de Moezel, deze keer
gelukkig zonder brullende Duitsers.
|
Dal van de
Moezel |
| Vrijdag 22 mei Ediger-St. Goar, 127 km
Na Cochem volgt de tot dan toe fraaie
fietsroute af en toe de vluchtstroken van de
snelweg. Even voor Koblenz wordt het weer
interessant als de fietsroute opnieuw de
wijngaarden induikt. Van Koblezn heb ik weinig
gezien, de bewegwijzering voor fietsers is
uitstekend en voor ik het besef fiets ik nu over
een fietspad langs de Rijn de stad weer uit. Dit
dal met zijn dichte beboste heuvels waarboven
machtige kastelen oprijzen, heeft een hele andere
charme dan het Moezeldal met zijn wijnranken. Na
Boppard is het uit met de pret. Er volgt een
gevaarlijk stuk langs een drukke autoweg, dat ik
heb zo langzamerhand wel genoeg van Duitsland
begin te krijgen. Tegenover de beroemde Loreley,
vind ik een kleine rustige camping iets boven het
stadje St.Goar.
Zaterdag 23 mei St. Goar-Meppen (trein) -
Diphoorn (NL),
44 km
Het weer is nu bewolkt en fris, een graadje of
15. Ik zie er als een enorme Alpencol tegenop om
in een dag of drie nog terug langs de Rijn door
het drukke Ruhr-gebied naar Nederland te fietsen.
Gezien het koude weer is een omweg via het
Sauerland en Teutoburgerwoud terug naar Nederland
ook geen aantrekkelijke optie meer. Ik ben echter
wel benieuwd hoe ik per trein weer terug kan,
uiteraard met zo'n goedkope optie als het "Schönes
Wochenend ticket". Altijd een gok,
omdat je immers alleen van stoptreinen gebruik
mag maken. Het loket van de DB (gevestigd in een
reisbureau) kan echter geen kaartjes verkopen
wegens het uitvallen van de computerverbinding.
Ik sjouw de fiets met bagage het perron op en om
9.30 stap ik op goed geluk in de eerste de beste
boemel naar Koblenz, waar ik voor 41 Marken een
weekend- en fietskaartje aanschaf. Gelukkig zijn
de aansluitingen gunstig en even na twaalven
bereik ik Keulen om vervolgens meteen weer te
vertrekken richting Münster. Einddoel is Meppen,
dat op ca. 30 km van Emmen is gelegen. Op de
stoptrein naar Meppen hoef ik niet lang te
wachten, zodat ik even na vieren in Meppen weer
op de ligfiets stap en richting grens peddel. Om
half zeven bereik ik Diphoorn, waar ik moeders
verblijd met mijn enigszins onverwachte
thuiskomst.
|
|
|